Reservaties bezoek Paradise Kortrijk 2021

Reserveer je bezoek aan de Triënnale Paradise Kortrijk via www.paradisekortrijk.be

Blijf op de hoogte van onze nieuwsbrief.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Waregem Be-Part
van 28 augustus 2016 - 12 februari 2017

Thorsten Brinckmann: The Great Cape Rinderhorn

28 08 2016 > 12 02 2017

Thorsten Brinkmann (°1971, Herne, DE) noemt zichzelf een serieverzamelaar. De opslagplaats van zijn atelier herbergt de meest uiteenlopende objecten, die hij gevonden heeft op rommelmarkten, in kringloopwinkels, op straat, op de vuilnisbelt … Deze objets trouvés maken deel uit van de burgerlijke wooncultuur. Hij gebruikt ze om op humoristische wijze te tonen hoe de mens zich vandaag de dag verhoudt tot de objecten die hem omringen. Objecten definiëren onze identiteit en vormen mee onze cultuur, dus wat ons toebehoort is van groot belang. Wij geven vorm aan de objecten die ons omringen en zij geven op hun beurt vorm aan ons.

Brinkmann selecteert de objecten die hij gebruikt niet enkel op basis van hun kleur, structuur of vorm. Ze hebben een leeftijdsgrens: ze mogen niet te nieuw zijn en moeten een verhaal vertellen. De gebruikssporen van objecten die al afgeleefd zijn, zijn immers interessant vanwege hun schilderkunstige karakter. Zo combineert hij in één werk objecten uit verschillende periodes, waardoor meerdere tijdsniveaus elkaar overlappen en het werk een zekere vorm van tijdloosheid in zich draagt.
Brinkmann is steeds op zoek naar manieren om de objecten die hij verzamelt te combineren met zijn eigen lichaam. Hij combineert de objecten bijvoorbeeld met afgietsels van zijn lichaamsdelen, of integreert ze in de portretten die hij in zijn installaties verwerkt.
In het selectieproces speelt ook toeval een grote rol. Op speelse wijze selecteert en combineert Brinkmann de objecten in zijn atelier. Dit proces is als het ware te vergelijken met de opbouw van een collage. De resultaten zijn steeds verrassend en getuigen van een grote verbeeldingskracht.

De resultaten van dit proces nemen verschillende vormen aan. Brinkmann speelt met fotografie, beeldhouwkunst, driedimensionale installaties en videokunst.
De foto’s die Brinkmann ook in zijn installaties incorporeert, zijn veelal zelfportretten of stillevens en refereren aan de kunstgeschiedenis. Brinkmann laat zich inspireren door de oude meesters van de renaissance. De kleuren, lichtinval, structuren en vormen die hij gebruikt, kijkt hij af van Diego Velázquez, Pieter Claesz en Antoon Van Dyck. Ze verwijzen naar de symbolische kleuren die in hun schilderijen werden gebruikt om de sociale stand van de geportretteerde aan te duiden. Ook het contrast dat Brinkmann toepast en zijn oog voor detail dragen bij tot de schilderachtige esthetiek van deze beelden. De kunstenaar schildert met fotografische middelen. Voor het Belgische oog ligt de link met de portretten van Jan van Eyck onmiddellijk voor de hand. Brinkmann speelt zo in op ons collectieve beeldgeheugen.

Niet alleen de oude meesters weten Brinkmann te inspireren, ook de sterren van de moderne mediacultuur en de hedendaagse kunst hebben hun indruk nagelaten. De figuren uit Brinkmanns portretten doen denken aan de helden uit de films van Monty Python, de bizarre creaties van Leigh Bowery en de foto’s van Cindy Sherman. Ook in de titels van zijn werken komen deze verwijzingen naar voren. Titels als Porandi, Hoppetasse Mondrial en Mirobora verwijzen op ludieke wijze naar bekende schilders uit de 20ste eeuw.

Brinkmanns portretten verschillen in één opzicht echter sterk van deze die we kennen uit de schilderkunstige traditie: de kunstenaar gebruikt de objecten om zichzelf onherkenbaar te maken. Zijn gezicht wordt steeds verhuld door een emmer of een ander gebruiksvoorwerp. Het object dat zijn gezicht verbergt, doet dienst als een soort masker. Ook al kunnen we de expressie niet van zijn gezicht aflezen, de objecten drukken volgens Brinkmann evengoed iets uit, ze functioneren als een soort prothese voor expressie. Dit heeft een vervreemdend effect op de toeschouwer. Brinkmann wil zijn werk en zijn persona van elkaar gescheiden houden en schakelt zijn lichaam op die manier gelijk met de objecten die hij verwerkt.

Interessant hieraan is ook dat als gevolg van deze anonimiteit zijn zelfportretten in elke cultuur anders geïnterpreteerd worden. Brinkmann opent zo een weg naar meerdere interpretaties. In de Verenigde Staten associeert men zijn portretten vaak met angst en terreur, terwijl ze in landen als Japan en China geassocieerd worden met sadomasochisme. Toen de kunstenaar te gast was in Nigeria, werden zijn foto’s dan weer geassocieerd met de magie van voodoorituelen.
Brinkmann maakt op die manier van zijn eigen lichaam een spiegel en biedt de toeschouwer de kans om zichzelf vanuit een ander perspectief te bekijken. Hij nodigt ons uit om stil te staan bij wat we zien en te reflecteren over de objecten die een rol spelen in ons dagelijks leven.

In de context van een installatie bieden deze foto’s de bezoeker de kans om binnen te treden in de wereld van Brinkmanns verhulde figuren. De paradox is dat deze surreële wereld ons de poëzie van het alledaagse toont. De installatie fungeert als een soort gesamtkunstwerk. De objecten, sculpturen en foto’s worden ingebed in een door Brinkmann ontworpen omgeving, bekleed met allerlei tapijten en behangpapier. Door de herkenbaarheid van de objecten rondom ons is de installatie zeer uitnodigend.
Brinkmann begon met het creëren van deze ruimtes, omdat hij zijn werk niet wilde presenteren in de klassieke witte, koele omgeving van een white cube. De betekenis van de objecten die in een dergelijke ruimte geplaatst worden, verandert ook. De focus ligt daardoor minder op de objecten zelf en meer op het geheel. Brinkmann benadrukt dan ook het belang van de totaalervaring voor de toeschouwer.
Die kan, in tegenstelling tot bij het louter kijken naar een foto, al zijn zintuigen de vrije loop laten. Al verkennend kruipt hij door tunnels, schuifelt hij door smalle gangen en wurmt zich in kleine hoeken. De geuren en kleuren die op de bezoeker afkomen, versterken de absurde ervaring en de poëzie die Brinkmann uit onze eigen banale omgeving puurt.
Tijdens het ontdekken van de installatie communiceren de bezoekers vaak met elkaar, waardoor de installatie evengoed een soort sociale ruimte wordt.

***

Aan de tentoonstelling The Great Cape Rinderhorn ging een vrij intensieve residentieperiode vooraf. Op uitnodiging van Rice University Art Gallery in Houston (Texas) maakte Thorsten Brinkmann eerder dit jaar een gelijknamige tentoonstelling. Daarin verwerkte hij portretten en fotografische stillevens die hij de afgelopen jaren had gemaakt in een installatie met dingen die hij in Houston had verzameld in uitdragerijen en kringloopwinkels.
Be-Part is een organisatie die op maat werkt en sterk focust op ontwikkeling. Deze tentoonstelling is geen herneming van The Great Cape Rinderhorn in Houston, daarvoor zijn de ruimtes te verschillend van elkaar. Je zou kunnen zeggen dat het een reframing (of restaging) van die tentoonstelling is geworden. Net als hij met de locatie in Houston deed, heeft Thorsten Brinkmann Be-Part omgetoverd tot een paleis in verval. Overweldigend, met behangpapier dat van een excentrieke overdaad getuigt en met portretten die refereren aan schilders als Velàzquez, Titiaan of Van Dyck.

The Great Cape Rinderhorn is een woordspeling die enerzijds verwijst naar de monumentale rundshoorn, anderzijds naar een cape (een mouwloos kledingstuk) en naar Cape Horn in het zuidelijke punt van Chili. Kaap Hoorn is – op een vuurtoren, een huis en een kapel na – een kaal landschap.

De eerste ruimte van The Great Cape Rinderhorn in Be-Part is een cinema met baldakijn, waarin een video wordt vertoond van een ongelukkige koning die tevergeefs naar de juiste pose zoekt. Via de loopbrug verplaatst de bezoeker zich naar de pronkzaal van het paleis, die de portretten en de stillevens tot hun recht laat komen. Via de tussenruimte – gevuld met een reusachtige rundshoorn, die tegelijkertijd als muziekinstrument kan dienstdoen – komen we in de laatste tentoonstellingsruimte aan. Daar krijgt de bezoeker via een tunnel toegang tot de geheime kamer van de (mogelijke) bewoner van het paleis. Het is een totaalinstallatie, die de bezoeker uitnodigt (bijvoorbeeld om door een tunnel te kruipen) en uitdaagt, en een beroep doet op alle zintuigen.

The Great Cape Rinderhorn is een veellagige tentoonstelling van enerzijds een serieverzamelaar, die ons wijst op de poëzie van het alledaagse en bijzonder goed op de hoogte blijkt te zijn van de kunstgeschiedenis, maar anderzijds ook een colorist, die nieuwe geometrische vormen verweeft met de architectuur van Be-Part.

Thorsten Brinckmann: The Great Cape Rinderhorn