Reservaties bezoek Paradise Kortrijk 2021

Reserveer je bezoek aan de Triënnale Paradise Kortrijk via www.paradisekortrijk.be

Blijf op de hoogte van onze nieuwsbrief.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Waregem Be-Part
van 04 september 2011 - 06 november 2011

Pieter Vermeersch

Pieter Vermeersch (°Kortrijk 1973, woont en werkt in Brussel) is een van de weinige schilders die de schilderkunst inzetten in een discours dat de architecturale ruimtes aftast, accentueert en definieert. In zijn artistieke productie slaat hij een brug tussen de avant-garde en zijn verlangen om vanuit een directe, fysieke ervaring ideeën in materie om te zetten. Gebruikmakend van de complexiteit van de tentoonstellingsruimtes van Be-Part realiseerde Pieter Vermeersch deze zomer een indrukwekkende interventie waarbij hij plaats, tijd en ruimte aanwezig maakte.

Kleur is in vele opzichten een bouwsteen in het werk van Pieter Vermeersch, steeds geassocieerd met de begrippen ruimte en tijd. Door de transparante kenmerken van kleur en de mogelijkheden ervan om het licht te visualiseren krijgt de toeschouwer de indruk dat kleur spreekt of leeft. Voor elke kijker suggereert kleur een ander verhaal en roept het andere verstandelijke of gevoelsmatige connotaties op.

Pieter Vermeersch vertrekt voor elke creatie steeds van de specifieke architecturale context van de tentoonstellingsruimte. Het gebruik van kleur wordt gekoppeld aan een ruimtelijk bewustzijn. Beide aspecten - kleur en ruimte - gaan hierbij in een wisselwerking met elkaar om. Elk idee krijgt een driedimensionale uitwerking, naargelang het bouwkundige gegeven van de betreffende plaats. De kunstenaar zegt hierover: ‘Vooraleer een werk gemaakt wordt, is er een idee dat af is. Vanuit een mentaliteit van werken en denken wordt een idee gebruikt als een vehikel om emotie te kanaliseren. Wanneer zo’n idee lang genoeg standhoudt, is het klaar voor uitvoering. De helderheid over wat ik wil doen komt dus vóór de uitvoering.’

Pieter Vermeersch beschouwt de fysieke ruimte dan ook als een vormelijk, architecturaal gegeven, waaraan het eigen artistieke idee kan getoetst worden. De mentaal-artistieke werkwijze van de kunstenaar komt tot een synthese met de eigenheden die de plaats biedt. Zo ontstaat er een uitwisseling tussen de plek en het persoonlijke betoog, waarbij het niet duidelijk is welk van beide aan het uiteindelijke werk ten grondslag lag. De architecturale gegevens worden vereeuwigd door verf. De constructies worden opgenomen in de complexiteit van het schilderen, ze worden benaderd als drager zelf, als canvas.

Het schilderkundige proces krijgt bij Pieter Vermeersch een driedimensionale eigenheid door een ruimtelijke context waarin aspecten als tijd, ruimte, kleur en materie explicieter hun plaats opeisen. Via de beweging van schilderij naar ruimte en omgekeerd wordt gezocht naar een natuur binnen een kunstmatig gebeuren.

De benadering van kleur in Pieter Vermeersch’ werk mag geenszins gezien worden als een wetenschappelijke denkwijze. Het gaat de kunstenaar in de eerste plaats om de vaststelling dat kleur niet in taal te vatten is. Het is iets dat ontsnapt aan elke vorm van analyse en het is in alle omstandigheden een intrigerend gegeven. Het ingenieuze spel met gradaties, die we te zien krijgen van nul tot honderd procent, resulteert in een subtiele versmelting. De specifieke representatie van het abstracte gegeven dat kleur is, creëert een driedimensionaal effect, dat het geschilderde vlak overstijgt.

De keuze voor blauw in verscheidene werken is een knipoog naar het atmosferisch perspectief. Deze techniek, waarin door middel van kleurgradaties diepte wordt gesuggereerd, werd in de schilderkunst onder meer toegepast door Jan van Eyck. Denken we maar aan de subtiele manier waarin het uitdijende landschap van ‘De Aanbidding van het Lam Gods’ overgaat in de lucht. Heel toepasselijk verwijst Pieter Vermeersch bij zijn blauwe werken ook naar de gradaties die in de hemel aanwezig zijn.

Voor de totstandkoming van zijn werken verkiest de kunstenaar doelbewust de handeling van het schilderen boven kunstmatige technieken, zoals spuiten. Het naast elkaar plaatsen van laagjes verf creëert een onnavolgbaar ‘natuurlijk’ effect, waarbij de gradaties in elkaar grijpen.

De elementen ‘tijdsverloop’ en ‘kleur’ hebben een fascinerend aspect gemeen: de onomkeerbaarheid. Net zoals de klok niet kan worden teruggedraaid, is het mengen van kleur iets magisch. Het is een onherroepelijke handeling. Het toevoegen van de geringste hoeveelheid zwart of wit zorgt ervoor dat een kleur donkerder of lichter wordt. Dit soort wijzigingen kan nooit meer worden tenietgedaan.

Het monumentale werk dat in Be-Part te zien is, verenigt al deze ideeën op een consequente manier in zich. Het is een schier eindeloze wand, die langs weerszijden de drager is van een beschildering in dégradé. De constructie baant zich een weg door de tentoonstellingszalen van Be-Part, van de hal via de grote zaal en de houten box naar de kelder. Het is een parcours geworden met vindingrijke perspectieven, en het vormt een specifieke interactie met het gebouw.

De kunstenaar ziet het verloop van de creatie als het veruitwendigen van een overgang die wordt gemaakt van het ‘hier’ naar het ‘daar’, van het efemere wit naar het verzadigde blauw. Het wit wordt hierbij nog kracht bijgezet door de ruimte die zich helemaal aan het begin van het werk bevindt, en die wordt uitgelicht in al haar leegte. De constructie toont ons de geleidelijke ontplooiing van een kleur, een verzinnebeelding van ‘gradatie’. Bij het wandelen naast de wand ervaren we hoe er een acceleratie plaatsvindt, hoe de dingen verglijden. Het verloop van de kleur leidt in het werk een parallel bestaan met het verstrijken van de tijd. Zoals het vooruitgaan van de tijd iets ongrijpbaars is, zo is ook de overgang naar een kleur een efemeer gegeven. Het is tevens het vastleggen van een kleur in een concrete materialiteit. Het is een geleidelijk dégradé, waarin de hand van de kunstenaar nagenoeg afwezig is.

Het werk waarlangs we wandelen, doet ons associaties maken tussen wat we zagen en wat er nog komt. Het kijken is enerzijds een aanspreken van het geheugen, anderzijds een blik op het ‘hier en nu’. Het leidt ons van het zuiver efemere naar de pure materie. We laten onze blik glijden langsheen het dégradé, we zien het wordingsproces. Nergens wordt de geleidelijkheid op het vlak van de materie verstoord. Dit is tekenend voor de visie van de kunstenaar op gewaarwording. Het brengt onze blik afwisselend uit de vorm en binnen de vorm.

De eindfase in de kelder, die ook een keerpunt vormt, laat ons het blauw zien dat in alle intensiteit de zintuigen prikkelt. Als we vanaf hier teruggaan tot het beginpunt van de constructie, verwijderen we ons terug van het intense blauw en begeven we ons opnieuw in de richting van het efemere wit. De cirkel wordt bij wijze van spreken rond gemaakt. Niets verstoort het subtiele verglijden van tijd en kleur.